Nog voordat de winkels zijn geopend, is het al een drukte van jewelste in de malls, de gigantische winkelcentra van Amerika. Vooral ouderen houden zich er fit door er iedere ochtend te gaan snelwandelen. Ze noemen zichzelf mall-walkers en Joseph Capozzi (74) is één van hen.

“Goeiemorgen Joe. Hoe gaat het Joe? Je ziet er goed uit Joe,” zeggen de verkopers, die het druk hebben met dozen uitpakken, ramen lappen of stofzuigen. De winkels in Burlington Mall, een winkelcentrum net buiten Boston, gaan pas over een uur open. Toch stikt het binnen al van de wandelaars. Moeders met kinderwagens. Vrouwen in trainingspak. Senioren. Alleen of in groepen. Allemaal lopen ze dezelfde rondjes, ieder in hun eigen tempo, door de verlaten gangen met winkels. Mall-walking is heel normaal in Amerika. Voor Joseph Capozzi is het veel meer dan dat. Iedere stap die hij zet, is er één meer dan hij had verwacht. Hij geeft het grif toe: “Ik had dood moeten zijn.”
Niet zo lang geleden waren zijn benen nog dik als meloenen. Geen dokter die hem kon vertellen waarom. Na iedere tien meter lopen, was hij uitgeput. Totaal buiten adem. Maar hij wandelde door. Drie jaar lang, elke dag, strompelde hij van pilaar tot pilaar in de gangen van de Burlington Mall, totdat een operatie noodzakelijk werd. Capozzi houdt zijn pas in. Met zijn rechterwijsvinger wijst hij naar de plek in zijn nek, waar de artsen twee slangetjes op zijn slagader zetten. “Een experimentele methode. Ze hebben mijn hele bloed doorgespoeld. Het leek effect te hebben, maar na een paar weken waren mijn benen weer net zo rood en dik als voor de ingreep.”
Hij werd pas bang voor de dood, toen zijn zoon hem niet meer in de ogen durfde aan te kijken. Die weet meer dan ik, dacht Capozzi. Zijn dochter raadde hem aan naar een ander ziekenhuis te gaan. Daar ontdekten ze twee lekkende hartvaten. Een tweede operatie volgde. Deze keer met meer succes. Sinds een jaar zijn de zwellingen verdwenen. Net als de pijn. Capozzi voelt zich herboren. Hij heeft de pilaren niet meer nodig. “Die loop ik nu voorbij. Ik hoor ze praten. ‘You’re doing better Joe. You’re doing just fine Joe.’ Ik ben de pilaren dankbaar.”
Ik word wakker. Ogen net open. Ik kijk. Naar buiten. Door het raam. Twee bomen. Kale takken. Grachtenpanden. In de mist.
Ik schrijf. Ogen nooit gesloten. Ik kijk. Naar buiten. Door het raam. Twee bomen. Kale takken. Puntdaken. Sneeuw. Dwarrelend naar beneden.
Ik geniet van mijn uitzicht.
Waar ik ook ben.

[Amsterdam, 31.12.2008]

[Arlington, MA, USA, 12.01.2009]
Ik ben een freelance journalist die sinds 2004 werkzaam is in de sportjournalistiek. Ik schrijf, presenteer, treedt op in het theater, maar mijn 'claim to fame' blijft de wedstrijd die ik als jongen van achttien jaar jong in het eerste elftal van Willem II speelde. Voor de echte voetbalhistorici: ik was toen even teamgenoot van o.a. Sammi Hyppia (later aanvoerder van Liverpool FC), Earnest Stewart (ex-international USA) en John Feskens (Mister Willem II). Nu speel ik in een vriendenteam bij AFC in de tweede klasse zaterdag. Dit seizoen zou zomaar mijn laatste kunnen zijn.
| Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| << < | Current | > >> | ||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | |